|
De azan (Arabisch: أَذَان, ook weergegeven als azaan, adzan, athan of adhan) is de oproep tot het gebed door de muezzin. Vijf keer per dag worden moslims opgeroepen tot het gebed door middel van de azan. Veel baby's in een moslimgezin krijgen de azan direct na hun geboorte in het ene oor gefluisterd; in het andere wordt de shahadah gefluisterd. In Nederland ligt het in het openbaar oproepen tot het gebed gevoelig. Enkele moskeeën maken van dit recht gebruik voor de oproep tot het vrijdaggebed. Gemeenten verbinden vaak voorwaarden aan de duur en de geluidssterkte, net als bij klokgelui. Tijdens de azan richt de muezzin zich naar Mekka en heft de handen tot oorhoogte. De tekst van de azan die door soennieten voorafgaand aan fajr oproepen is als volgt:
* Niet voor malikieten; zij spreken het God is de grootste slechts 2 maal uit. Een moslim die de azan hoort, dient de afzonderlijke formules te herhalen, behalve het haast u naar het gebed, haast u naar het welslagen, de zogenoemde hayya-formules, die de feitelijke oproep bevatten. Bij de hayya-formule dient la hawla wa-la quwwa illah bi-llah (Er is geen macht en geen kracht behalve in God) uitgesproken te worden. Ook bij de azan van het fajr-gebed wordt Het gebed is beter dan de slaap niet herhaald, maar wordt geantwoord: Sadaqta wa-bararta (ge hebt juist en waar gesproken). |
| < Vorige | Volgende > |
|---|