Aboel Aziez Kays leverde over:
„Ik hoorde Ibni Abbas het volgende vertellen: "Een man (in de vlakte van Arafah) die in de buurt van de profeet stond keek naar vrouwen. De profeet stak zijn handen naar hem uit en probeerde zijn hoofd weg te draaien. Daarna zei hij: „Zo, de zoon van mijn broeder, vandaag is ongetwijfeld de dag waarin de mens zijn blik, gehoor en tong moet beheersen, zodat hij vergeven kan worden."
(Madjmoe'atil Zawa'ied hadis 3:559)
De Boodschapper van Allah zei:
„Wie zich zedelijk gedraagt en de hadj zondeloos voltooit, keert (zondeloos) terug als op de dag dat zijn moeder hem baarde."
(Boecharie en Moeslim)
Aboe Hoerairah leverde over dat de Boodschapper van Allah zei:
„Wie naar deze Bait (de Kaba) komt en zich onthoudt van slechte woorden en zonden, keert terug naar huis (zo zondeloos) als een pasgeborene."
(Moeslim en Boecharie)
Djabier leverde over dat de Boodschapper van Allah zei: „Degene die de hadj voltooit zonder dat zijn moslims broeders last ondervinden van zijn tong en handelingen, kan rekenen op de vergiffenis van al zijn toekomstige zonden."
| < Vorige | Volgende > |
|---|