Djabir (r.a) leverde over dat de Boodschapper van Allah zei:
„Degene die op hadj gaat zal geen 'Imar' meemaken." Er werd aan Djabir gevraagd:, ,Wat is Imar?" Hij zei: „Geen amoede lijden".
Abdurrazzaak leverde over dat de Boodschapper van Allah zei:
„Gaat op hadj, het zal je verrijken."
Aisjah (r.a) leverde over dat de Boodschapper van Allah zei: „Het vaak verrichten van de hadj en de oemrah, bestrijdt de armoede."
(Kenzoel oemmaal 5:6 hadis 11799)
Aboe Hoerairah leverde over dat de Boodschapper van Allah zei:
„Verricht de hadj en de oemrah achterelkaar, want dit verwijdert de zonden zoals blaasbalg van een ijzersmid de roest van het ijzer verwijdert. De hadj verwijdert namelijk armoede en zonden."
(Ibni Madja mensaik 3)
| < Vorige | Volgende > |
|---|