AT-TAHARATOE MIN AN-NADJASA(H) (ZUIVEREN VAN ONREINE SUBSTANTIES)
De tweede voorwaarde voor het verrichten van het rituele gebed (as-Salaat) is het afwezig zijn van ritueel onreine substanties. Dit betekent dat de gebedsplaats, het lichaam en de kleding moeten worden gezuiverd van iedere onreinheid welke de verrichting van het rituele gebed zou kunnen verhinderen.
Er zijn twee soorten van ritueel onreine substanties
1. An-Nadjasa(h) al-Ghalïza(h): Ernstig onreine substanties:
- Urine en uitwerpselen van mensen.
- Uitwerpselen, urine en speeksel van dieren waarvan het vlees niet eetbaar is volgens de Sjarie'a(h).
- Uitwerpselen van kippen, ganzen en eenden.
- Bloed, etter, sperma, prostaatvloeistof, braaksel, wijn en andere verboden alcoholische dranken.
Een hoeveelheid van meer dan 3.2 gram vaste onreine substantie en vloeibare die zo groot of groter als de palm van een hand zijn, verhinderen de verrichting van het rituele gebed.
2. An-Nadjasa(h) al-chafïfa(h): Lichte onreine substanties:
- De urine van paarden.
- De urine en uitwerpselen van huisdieren alsmede van wilde dieren, waarvan het vlees eetbaar is volgens de Sjarie,a(h).
- Uitwerpselen van vogels waarvan het vlees niet eetbaar zou zijn. Zouden deze lichte onreinheden meer dan een vierde van één der ledematen of van een kledingstuk vuil maken dan mag daarmee het rituele gebed niet worden verricht.
AL-ISTINDJA, AL-ISTINQA EN AL-ISTIBRA
- Al-lstindja is de reiniging van het lichaamsdeel vanwaar de ontlasting uitgaat.
- Al-lstinqa is een uitgebreide manier van Istindja; waarbij het vuil eerst met een geschikt materiaal wordt afgeveegd, waarna het lichaamsdeel vanwaar de ontlasting uitgaat worden gewassen en daarna afgedroogd.
- Al-lstibra is de handeling van een moslim-man om zeker te zijn dat het druppelen van urine helemaal heeft opgehouden na het plassen. Beste manier hiervoor is het mannelijke geslachtsdeel kort te wrijven; kuchen, een beetje lopen of buigen.
SATR AL- AURA(H) (BEDEKKING VAN DE INTIEME LICHAAMSDELEN)
De derde voorwaarde voor het verrichten van Salat is de bedekking van die door de Islam voorgeschreven lichaamsdelen (Satr al-'Aura(h)), welke verboden zijn om door anderen gezien te worden. Bij mannen is dat de ^Aura(h) tussen de navel en de knieën. Bij vrouwen is dat het gehele lichaam uitgezonderd de handen tot aan de polsen, de voeten tot aan de enkels en het gezicht.
ISTIQBAAL AL-QIBLA(H) (ZICH WENDEN IN DE RICHTING VAN DE HEILIGE KA'BA(H))
De vierde voorwaarde voor de verrichting van de rituele gebeden (as-Salat) is het zich wenden tot de richting (Qibla(h)) van de heilige K'aba(h) in Mekka.
AL-WAQT (DE GEBEDSTIJDEN)
De vijfde voorwaarde voor Salat is het in acht nemen van de juiste gebedstijd (al-waqt) voor elk ritueel gebed, leder ritueel gebed dat eerder wordt gedaan dan de ervoor bepaalde tijd wordt geacht niet te zijn volbracht. Gebedstijden zijn vastgesteld . in regionale tijdschema's.
AL-AWQAAT AL- MAKROÊHA(H) (ONGEWENSTE TIJDEN VOOR RITUELE GEBEDEN)
Er zijn drie tijden waarop het volgens de Sjarie,a(h) ongewenst (al-Makroêh) is Salat te verrichten, namelijk;
1. Vanaf zonsopgang tot 32 minuten erna.
2. Terwijl de zon op het hoogst staat, dat is ongeveer 15-20 minuten voor het begin van het middaggebed (Salat az-Zohr).
Bij het ondergaan van de zon, binnen 45 minuten voor het begin van het zonsonderganggebed (Salat al-Maghreb), gedurende welke tijd alleen de verplichte (Fard) rak'at's van het namiddaggebed (Salat al-^Asr) mogen worden verricht
Gedurende deze drie tijden is het bovendien niet geoorloofd om vorige verplichte gebeden, die niet op tijd zijn volbracht (as-Salat al-Faite(h)), in te halen, Ook andere vereiste gebeden (as-Salat al-Wadjibe(h)) en het begrafenisgebed (Salat al-Djanaza(h)) kunnen op die tijden niet worden verricht. Voorts mag men zich gedurende die tijden (Awqaat al-Karaha(h)) niet nederwerpen bij het reciteren of het horen van die verzen van de heilige Qor'an welke nederwerping vereisen (Sadjda(h) at-Tilawa(h)). Als een Sadjda(h) at-Tilawa(h) is verricht binnen een van de ongewenste tijden, dan moet het later worden herhaald. Verricht men vrijwillige gebeden (as-Salat an-Nafila(h)) op de ongewenste tijden, dan gelden die als makroêh, maar hoeven niet te worden ingehaald. Geen bezwaar bestaat er echter tegen het lezen en reciteren van de Heilige Qor'an en het gedenken van Allah (dzikr'Allah) gedurende de awqaat al-karaha. Vanaf de begintijd van het morgengebed (Salat al-Fadjr) tot zonsopgang, alsmede na de verrichting van het namiddaggebed (Salat al-'Asr) tot zonsondergang is het, met uitzondering van de Soenna(h) rak'at's van Salat-al Fadjr, makroêh om vrijwillige extra gebeden (as-Salat Nafila(h)) te doen.
AN-NIYYA(H) (DE INTENTIE)
De zesde voorwaarde van een Salat is het zich voornemen welk ritueel gebed men omwille van Allah's welgevallen wil verrichten.
An-Niyya(h) moet innerlijk worden beleefd. Als de intentie alleen in woorden zou worden uitgesproken, zonder dat ze uit het hart komt, wordt het geacht niet te zijn gedaan. Volgens mening van Imam ar-Rabbani, in zijn brief nummer 186 in het eerste deel van zijn werk "Al-Maktoêbaat as-Sjarifa(h)", wordt een ritueel gebed dan ongeldig gemaakt, omdat een van de verplichte handelingen van Salat niet is volbracht. Dus moet men de intentie niet alleen met woorden maken maar met volle bewustheid in het hart. Voor verplichte rituele gebeden, het Vrijdagsgebed, de feestgebeden en het Witr-gebed is het noodzakelijk om de naam van het gebed in de intentie te noemen. Bijvoorbeeld: "Ik wil het verplichte ochtendgebed verrichten, bestaande uit twee rak'aat voor Allah de Verhevene", of Salat al-Djoemoe'a, Salat 'led al-Fitr, Salat 'led al-Adha of Salat al-Witr. Voor toegevoegde vrijwillige gebeden (as-Salawaat an-Nafila(h)) is het genoeg de algemene intentie voor "gebeden" te noemen.
AL- ADZAAN en AL-IQAMA(H) (DE OPROEP TOT HET GEBED EN DE ROEP OM KLAAR TE STAAN OM HET VERPLICHTE GEZAMENLIJKE GEBED TE BEGINNEN.)
Het is een as-Soenna(h) al-Moe'akkada(h) (zelden verzuimd door de Profeet s.a.s) met het gezag van een vereiste handeling (al-wadjib) om de Adzaan uit te roepen voor een verplicht gebed. De Adzaan kondigt aan dat één van de vijf dagelijkse gebedstijden begint. Omdat er vijf verplichte gebeden per dag zijn wordt de gebedsroep ook vijf maal gedaan. Het bestaat uit de volgende woorden:
BENADERDE KLANK
- Allahoe Akbar Allahoe Akbar Allahoe Akbar Allahoe Akbar
- Asj-hadoe al-laa ilaaha illallaah Asj-hadoe al-laa ilaaha illallaah
- Asj-hadoe anna Moehammadar rasoêloellah Asj-hadoe anna Moehammadar rasoêloellah
- Hayya 'alas-salaah, Hayya 'alas-salaah
- Hayya 'alal-falaah, Hayya 'alal-falaah
- Allaahoe Akbar Allaahoe Akbar
- Laa ilaaha illallaah. BETEKENIS
1. Allah is de Grootste, Allah is de Grootste (Herhaal)
2. Ik getuig dat er geen Godheid is dan Allah (Herhaal)
3. Ik getuig dat Mohammed de Afgezant van Allah is (Herhaal)
4. Haast u tot het gebed (Herhaal)
5. Haast u tot voorspoed (Herhaal)
6. Allah is de Grootste, Allah is de Grootste.
7. Er is geen godheid dan Allah.
In de Adzaan voor het ochtendgebed wordt, na de tweede recitatie van "Hayya 'alal falaah" de volgende zin tweemaal aan toegevoegd: "As-salatoe chairoem'minan-naum". De betekenis hiervan is: "Het gebed is beter dan slaap."
De roep om een ritueel gebed metterdaad te beginnen (al-Iqama) is gelijk aan de woorden van de Adzaan, maar na de tweede recitatie van "Hayya "alal-falaah" wordt er tweemaal aan toegevoegd: "qad qamatis-salaat". Betekenis: Het gebed staat op het punt te beginnen. De Adzaan en de Iqama worden niet door vrouwen uitgeroepen.
Wanneer de Adzaan weerklinkt luistert men eerbiedig en herhaalt stil de takbiers (Allaahoe Akbar) en de sjahaada (Asjhadoe allaa ilaaha illa'allaah wa Asjhadoe anna Moehammadar rasoêloellaah). Als de Adzaan is beëindigd kan men het volgende smeekgebed (Doe'a) reciteren:
"Allaahhoemma Rabba haadzihi'd-da,wati't-taamma(h), was-salaatil qaa'ima(h). Aati Moehammadanil-wasielata wal-fadïla(h). Wab'as-hoe maqaamam-mahmoedan-niladzie wa'adtahoe innaka laa toechliefoel mie'aad."
Betekenis: "O, Allah! Heer van deze volmaakte oproep en van dit gebed, schenk Mohammed (s.a.s) de gunst dicht bij U te zijn en de voortreffelijkheid, en wek hem op tot de hoogste positie die U hem heeft beloofd. Waarlijk! U zult nooit Uw belofte verbreken.
| < Vorige | Volgende > |
|---|