Onder rituele gebedswassing (al-woedoê) verstaat men het reinigen en nat maken van bepaalde lichaamsdelen volgens vastgestelde religieuze regels. Veel godsdienstige handelingen mogen niet worden verricht zonder al-woedoê, zoals as-Salat, het lopen rond de Heilige K'aba(h) en het aanraken van de Heilige Qor'an. Iemand die een ritueel gebed verricht, hoewel men zich bewust is geen woedoê te hebben plaatst zich buiten de Islam.
DE VERPLICHTE HANDELINGEN VAN DE RITUELE WASSING Er zijn vier verplichte (Fard's) handelingen.
1. Wassen van het gezicht.
2. Wassen van de armen met inbegrip van de ellebogen.
3. Met natte hand over een vierde gedeelte van het hoofd strijken.
4. Wassen van de voeten met inbegrip van de enkels.
De Soenna(h) handelingen van Al-Woedoê
1. Voornemen (an-Niyya(h)) tot al-woedoê.
2. Inleiden van al-woedoê met A'oêdzoe en Bismillah.
03. Eerst de handen wassen tot aan de polsen.
4. Tanden poetsen met een Soenna(h)-tandenborstel (al-Miswak).
5. Wassen van de opeenvolgende lichaamsdelen zonder onderbrekingen.
06. Drie maal uitspoelen van mond en neusgaten .
07. De oren afwrijven met natte vingers
8. Met natte vingers van de ene hand de ruimte tussen de uitgespreide vingers van de andere hand afwrijven.
9. Driemaal wassen van alle lichaamsdelen die rituele reiniging vereisen.
10. Met natte hand over het gehele hoofd strijken.
11. De rituele wassing in de juiste volgorde verrichten.
12. Bij het wassen van de handen en voeten beginnen met de toppen van de vingers of tenen. Ofschoon er veel gebeden (Doe'a's) zijn, die gedurende het nemen van al-woedoê kunnen worden gereciteerd, is het beter om Bismillah en Kalima as-Sjahada(h) te zeggen bij het begin van de reiniging van elk verplicht lichaamsdeel.
ONGEWENSTE (MAKROÊH) HANDELINGEN BIJ WOEDOÊ
1. Het water uit de neus snuiten met de rechterhand.
2. De verplichte delen van het lichaam meer of minder dan drie maal wassen.
3. Water in het gezicht spatten.
4. Woedoê verrichten met water dat verwarmd is in de zon.
5. Het gebruik van te weinig water of het water te verkwisten.
6. Praten gedurende het nemen van Woedoê.
7. De soenna(h)-handelingen nalaten.
DINGEN DIE DE WOEDOÊ ONGELDIG MAKEN
1. Verontreinigingen die uit het lichaam komen, zoals urine, uitwerpselen, sperma en dergelijke.
2. Het vloeien van bloed, afscheiding van etter enz, uit het lichaam.
3. Een mondvol overgeven.
4. Verstandsverbijstering.
5. Dronkenschap.
6. Bewusteloosheid.
7. Wind laten.
8. In slaap vallen, in liggende houding of met de benen gekruist of terwijl men ergens tegenaan leunt. Maar als men zittend in slaap valt terwijl het zitvlak ten volle wordt gesteund, dan is de rituele wassing niet ongeldig.
9. Gedurende het gebed hoorbaar lachen.
10. Bloeden van het tandvlees in een hoeveelheid gelijk aan of meer dan het speeksel. Is de hoeveelheid bloed minder dan is de wassing niet ongeldig. Ook scheren, haarknippen en knippen van de nagels maken de wassing niet ongeldig.
HOE VERRICHT MEN DE RITUELE GEBEDSWASSING?
1. Indien mogelijk keert men zich in de richting van de al-Qibla(h) (de heilige K'aba(h) in Mekka), gaat op een verhoging zitten, zodat het water gemakkelijk kan wegvloeien en begint met A'oêdzoe en Bismillah.
2. Men wast beide handen drie maal tot aan de polsen en de ruimte tussen de vingers door met natte vingers van de ene hand tussen de uitgespreide vingers van de andere hand te wrijven. Als men een ring draagt dan die even bewegen zodat het water er onder kan komen (zie afbeelding 1).
3. Men zegt Bismillah en spoelt de mond met ruim water, (zie afbeelding 2). Bezit men tandenborstel of een miswaak (een tandenborstel van een speciaal soort hout), dan poetst men de tanden hiermee, of anders wrijft men de tanden met duim en wijsvinger (zie afb. 3). Daarna wordt de mond nog twee maal gespoeld.
4. Men zegt weer Bismillah en snuift water op in de neus (zie afb. 4). Als men niet vast dan snuift men water op tot in het zachte gedeelte van de neusgaten en blaast het uit met de linkerhand. Deze handeling wordt drie maal gedaan.
5. Men maakt in stilte an-niyya(h) (intentie) voor de rituele wassing, zegt Bismillah en wast het gezicht met beide handen van het voorhoofd tot de onderkant van de kin en aan de zijden tot de oorlellen. De oogholtes onder de wenkbrauwen worden ook bevochtigd. Ook deze wassing wordt drie maal gedaan. Bij ieder wassing wrijft men het gezicht (zie afb. 7).
6. Men zegt Bismillah en wast de rechterarm goed tot aan (en met inbegrip van) de elleboog (zie afb. 6). Dit wordt drie maal gedaan. Daarna wordt de linkerarm op dezelfde manier gewassen (zie afb. 7).
7. Men spreekt het Bismillah weer uit en strijkt met de rechterhand over een vierde gedeelte van het hoofd (zie afb.8). Aansluitend bestrijkt men met de wijsvingers van beide handen de binnenkant van de oren en met de duimen de achterkant van de oren (zie afb. 9). Met de overige vingers (dus zonder
duimen en wijsvingers) bestrijkt men de nek (zie afb.10).
Een Soenna(h)-handeling is het strijken over het gehele hoofd. Om dat te verrichten worden beide handen nat gemaakt en de laatste drie vingers samengevoegd, duim en wijsvinger apart zijnde (los van elkaar). De binnenkant van deze drie vingers worden op de voorrand van de haargroei gelegd zonder dat de duimen en wijsvingers en handpalmen het hoofd raken. Dan haalt men beide handen naar achteren zodat de kruin bevochtigd wordt. Daarna worden de zijden van het hoofd met de handpalmen van achteren naar voren bestreken. Vervolgens wrijven de wijsvingers de binnenkant van de oren. Daarbij liggen de duimen achter de oorschelpen en wrijven deze van beneden naar boven. Tenslotte wordt met de buitenkant van de drie andere vingers de nek bestreken. De keel wordt niet bestreken.
8. Men spreekt het Bismillah uit en wast de voeten met de linkerhand. Eerst de rechtervoet, beginnende met de tenen (zie afb. 11), de ruimten tussen de tenen worden door de pink afgewreven met een opwaartse beweging. Deze handeling begint men voor de rechtervoet bij de kleine teen en voor de linkervoet bij de grote teen. De voet wordt met inbegrip van de enkel gewassen. Aansluitend wordt de linkervoet op dezelfde manier gewassen, na wederom eerst Bismillah gezegd te
hebben.
Na de rituele gebedswassing is het geoorloofd om staande in de richting van de Qibla een paar slokjes van het overgebleven water te drinken. Het is loffelijk om na de rituele wassing Soêra(h) al-Qadr één-, twee- of driemaal te reciteren.
"Bismillahir-Rahmanir-Rahïm"
Innaa Anzalnaahoe Fie Laylatil-Qadr. Wa Maa Adraka Maa Laylatoel-Qadr. Laylatoel-Qadri chayroem'min Alfi Sjahr. Tanazzaloe'l-Mala'ikatoe war-Roêhoe Fiehaa Bi'idzni Rabbihim Min'koelli Amr(ln),Salamoen Hiya Hattaa Matla'il-Fadjr.
Betekenis:
In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
Wij hebben haar (de Openbaring) waarlijk neder gezonden in de nacht der beschikking. En wat doet u kenne wat de nacht der beschikking is?
De nacht der beschikking is beter dan duizend maanden. In haar dalen de engelen en de Geest (ar-roeh) neder, met verlof van hun Heer, krachtens alle heilsbeloften. Vrede! Is zij tot de opgang van de dageraad.
AL-GHOESL (HET RITUELE BAD)
Al-Ghoesl is de wassing van het gehele lichaam, met inbegrip van mondholte en neusholte, om gezuiverd te worden van de toestand van grote rituele onreinheid.
De gehele wassing is verplicht na geslachtsgemeenschap, na zaadlozing of orgasme (al-lhtilaam), na het einde der menstruatie en de nageboorte- bloeding (an-Nifaas).
Bevlekking (al-lhtilaam) betreft een zaadlozing of orgasme, begeleid door lust en opwinding in de slaap - zonder geslachtsgemeenschap te hebben gehad.
Verplichte delen (Fard's) van Ghoesl
Er zijn drie verplichte handelingen:
1. De mondholte met water spoelen.
2. Water in de neus opsnuiven.
3. Het hele lichaam wassen.
Soenna(h)-handelingen van Ghoesl
1. Voornemen tot het verrichten van Ghoesl.
2. Uitpreken van Bismillahir Rahmanir'Rahïm (in de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle).
3. Eerst de genitaliën wassen.
4. Drie maal water over het hoofd gieten, daarna over de rechter schouder, dan over de linker schouder en dan over het hele lichaam, waarbij telkens het lichaam goed wordt afgewassen.
5. Bedekken van de schaamdelen.
HOE GHOESL WORDT VERRICHT
Al-Ghoesl overeenkomstig de soenna(h) wordt als volgt verricht:
1. Eerst neemt men zich voor (Niyya(h)) de Ghoesl te verrichten (om de staat van grote rituele onreinheid te doen eindigen). Dan wast men de voor- en achterkant van het genitaal gedeelte, ook al zou dat tevoren schoon zijn.
2. Vervolgens zegt men Bismillah en neemt een complete Woedoê zoals voor het rituele gebed; maar als het water zich in een plas onder de voeten kan verzamelen dan wast men de voeten aan het einde van de grote rituele wassing.
3. Met een ruime hoeveelheid water wordt de mond gespoeld en worden de neusgaten gereinigd zodat deze verplichte handeling voor Ghoesl gelijktijdig is vervuld.
4. Men giet drie maal water over het hoofd en wrijft het iedere keer. Hierbij moet het water tot de huid onder de baard, snor en hoofdhaar doordringen.
5. Dan giet men drie maal water over de rechterschouder en wrijft bij elk gietsel over het lichaam.
6. Vervolgens giet men drie maal water over de linkerschouder waarbij het lichaam weer iedere keer wordt afgewreven. Het gehele lichaam moet dusdanig worden gewassen en gewreven dat er geen plekje droog blijft, de navel inbegrepen.
TANDKRONEN EN VULLINGEN BIJ GHOESL
Er zijn mensen die zeggen dat iemand die kronen of vullingen in het gebit heeft de grote rituele onreinheid niet geheel kan opheffen, omdat men dan Ghoesl niet op de juiste manier kan uitvoeren.
Volgens de Hanafitische Rechtsschool is het bij Ghoesl verplicht om de mondholte en de neusgaten te wassen, omdat die tot de uitwendige lichaamsdelen worden gerekend.
Volgens de Sjafiïtische Rechtsschool echter is het wassen van mondholte en neusgaten een Soenna(h)-handeling. Draagt men een uitneembaar (gedeeltelijk of geheel) kunstgebit, dan is het verplicht dit bij de wassing te verwijderen. Als men echter kronen of vullingen bezit, dan is het wassen van het uitwendige daarvan voldoende om de verplichte gehele wassing (al-Ghoesl) te vervullen. Dit kan worden vergeleken met de permissie in verband met wonden en verbanden, waarbij toch ook alleen de oppervlakte nat wordt.
Evenals het geen vereiste is om het verband over een wond te verwijderen en het gedeelte onder het verband te wassen, zo is de beslissing hetzelfde voor kronen en vullingen van tanden en kiezen. Evenzo, hoewel het bij de wassing voor Salaat verplicht is het gezicht te wassen, is het niet nodig voor iemand met een dichte baardgroei de daaronder gelegen huid te wassen; het is veeleer voldoende alleen over de baard te wassen. Insgelijks is het geen vereiste gekroonde of gevulde tanden te verwijderen om eronder te wassen. Er komt bij dat het hebben van tanden en kiezen een noodzakelijkheid is.
DE KWESTIE VAN TANDVULLINGEN
Het is toegestaan slechte of afgebroken tanden te laten vullen of van een kroon te laten voorzien. Het is echter niet geoorloofd het alleen maar te laten doen voor de uiterlijke verschijning, zonder enige noodzaak.
Naar de mening van Imam Mohammad (Moge Allah hem welgevallig zijn), een Moedjtahid (jurist) van de Hanafitische Rechtsschool, is het toegestaan om losse tanden met gouden banden te laten vastzetten en een gouden tand/kies te laten bevestigen in de plaats van een die getrokken of uitgevallen is.
Aan de andere kant zijn, naar de mening van Imam Aboe Hanïfa (Moge Allah hem welgevallig zijn), vullingen, kronen en tanden van goud niet toegestaan maar wel van zilver. Volgens een overlevering heeft Imam Aboe Yoêsoef (Moge Allah hem welgevallig zijn) dezelfde opvatting als Imam Mohammed.
In dit opzicht kan men handelen naar de mening van Imam Mohammed. Islamitische rechtsgeleerden hebben inderdaad rechtsgeldige besluiten (Fatwa's) uitgevaardigd op basis van de uitspraken van deze twee geleerden (al-lmamayn), Imam Aboe Yoêsoef en Imam Mohammed.
Bovendien hebben Ottomaanse geleerden hierover fatwa's uitgevaardigd; Sjaich-oel-lslam Uryanizade voor het vullen van tanden en Sjaich-oel-lslam Musa Kazim Efendi voor het aanbrengen van een gouden tand.
In Islam mag men vanzelfsprekend niet, enkel ter wille van het eigen gerief, iets voor geoorloofd verklaren als het in de Sjarie'a(h) niet geoorloofd is. Evenmin mag men een zaak onnodig ingewikkeld maken of moeilijkheden veroorzaken door kortweg te beweren dat het ongeoorloofd is, hoewel er een mogelijkheid tot toestemming aanwezig is.
| < Vorige | Volgende > |
|---|