(handelingen van de verantwoordelijken) In de Islamitische godsdienst vinden we bepaalde geboden en verboden voor verstandelijk gezonde mannen en vrouwen vanaf de leeftijd van de puberteit. Deze regels en verboden worden at-Taklief (verplichting) genoemd en degene die aan deze verplichtingen onderworpen zijn noemen we Moslim al-Moekallaf (de verantwoordelijke). De handelingen die de Moekallafoên (meervoud van Moekallaf) moeten vervullen of handelingen die voor hen verboden zijn, worden Af al al-Moekallafin (handelingen van de verantwoordelijken) genoemd. Er zijn acht Af al al-Moekallafin:
1. Al-Fard (plicht): Deze zijn de geboden die zijn vastgesteld met betrouwbare en duidelijke bewijzen.
Daarvan zijn twee soorten:
A). Fard al-'Ayn: Dat zijn die verplichte handelingen die elke moslim zelf moet doen, die niemand anders voor hem kan uitvoeren, zoals het vijfmaal dagelijks gebed, het vasten, enz.
B). Fard al-Kifaya(h): Dat zijn de verplichte handelingen die, indien ze wel door enkele moslims worden gedaan, de anderen in de islamitische gemeenschap ervan ontheffen. Plichten zoals het begrafenisgebed en het beantwoorden van de groet (as-Selam; dat is as-salamoe 'alaykoem -wa Rahmatoellahi wa Barakatoeh). Als onverhoopt niemand van de moslimgemeenschap zulke plichten vervult, dan is de hele gemeenschap aansprakelijk.
2. Al-Wadjib (noodzakelijk): Dat zijn de geboden die zijn vastgesteld door aanwijzingen die niet zo nauwkeurig zijn als voor de fard's. Bijvoorbeeld het Witr-gebed (Salat al-Witr) en de feestgebeden (Salat al 'led).
3. As-Soenna(h) (Tradities): Zij zijn de woorden en daden van Mohammed (s.a.s.) alsmede die daden van anderen welke door hem werden goedgekeurd. Er zijn twee groepen van as-Soenna(h) (Tradities):
A). As-Soenna(h) al-Moe'akkada(h): Zij zijn die Soenna(h)'s welke Mohammed (s.a.s.) gewoon was te verichtten en zelden miste. Bijvoorbeeld het Soenna(h)deel van het ochtengebed (Salat al-Fadjr) en van het middaggebed (Salat az-Zoehr)
B). As-Soenna(h) al-Ghayr al-moe'akkada: Dit zijn de Soenna(h)'s welke Mohammed (s.a.s.) soms verrichte, zoals het Soenna(h)-gedeelte van het namiddaggebed (Salat al-"Asr) en van het Nachtgebed (Salat al-'lsja')
4. Al-Moestahab: Dat zijn de daden die Mohammed (s.a.s.) van tijd tot tijd deed, bijvoorbeeld het geven van giften aan armen (as-Sadaqa(h)) en het extra (an-Nafila(h)) vasten.
5. Al-Moebaah: Handelingen waarvan de verrichting verdienstelijk kan zijn, maar het nalaten ervan niet zondig is, zoals gaan zitten, opstaan, eten, drinken, enz.
6. Al-Makroêh: De daden die afkeurenswaardig zijn en welke de beloning (as-sawaab) van vrome handelingen verminderen, zoals rondkijken gedurende het gebed.
7. Al-Moefsid: Dat zijn alle dingen die een reeds begonnen godsdienstige handeling (al-lbada(h)) ongeldig maken, zoals het vloeien van bloed of etter uit het lichaam, terwijl men in de toestand van rituele reinheid (al-Woedoê) is, lachen onder het bidden, eten of drinken gedurende het vasten, enz.
8. Al-Haram: Handelingen die met een duidelijk bewijs zijn vastgesteld als verboden, zoals het drinken van alcoholische dranken, het ongehoorzaam zijn aan de ouders, enz.
| < Vorige | Volgende > |
|---|