Home ilmihal (alles over de Islam) GELOOF AAN AL-ACHIRA(H) (DE DAG DES OORDEELS)

GELOOF AAN AL-ACHIRA(H) (DE DAG DES OORDEELS)

De vijfde voorwaarde van het geloof (AJ-lmaan) is het geloven aan Achira(h) (de Dag des Oordeels). Al-Achira(h) is het geloven aan alles dat met het begrip 'Achira(h) verband houdt, namelijk het blazen van de As-Soer (bazuin), de wederopstanding van de doden uit hun graven en de ter hand stelling van een ieders Boek, waarin de daden van hem of haar staan genoteerd. Voorts geloven aan de samenkomst op de vlakte voor het laatste Oordeel, aan de ondervraging, aan de weging van de daden die tijdens het leven op aarde zijn gedaan, (de 'mizaan' - weegschaal), de voorspraak (as-sjafa'a(h)), de rivier (al-kausar), de brug (as-sirat), aan paradijs (al-djanna(h)) en aan hel (al-djahannam).

Het Hiernamaals (al-Achira(h)) is het eeuwige leven na het tijdelijke aardse bestaan. Allah de Almachtige heeft deze wereld en de hele schepping voor een beperkte tijd geschapen. Met het eerste blazen van As-Soer (de bazuin) door Israfiel (Raphael, a.s.) begint plotseling het laatste oordeel; alle levende schepselen sterven en onze wereld tezamen met al het omringende zal worden verbrijzeld en verdwijnt. Met het tweede blazen van As-Soer (de bazuin) worden alle schepselen weer tot leven terug gebracht door Allah de Almachtige en worden verzameld op de uitgestrekte vlakte van het laatste Oordeel voor het godsgericht (Al-Mahshar). In aanwezigheid van Allah de Almachtige wordt daar iedereen tot in de kleinste bijzonderheden ondervraagd over zijn of haar daden. Tevens zullen de rechtvaardigen de hun toekomende rechten ontvangen van de onrechtvaardigheden. Na het godsgericht worden de goeden in het Paradijs geplaatst en de boosdoeners in de hel. Sommigen van de mensen die in het Paradijs komen zullen de Glorierijke Visie van Allah de Grootste ervaren. Iemand die niet gelooft aan de Dag Des Oordeels, wordt beschouwd niet te geloven in Allah, de Enige en in zijn profeet.

AL-ADJAL
Al-Adjal is het einde van iemands levensduur op aarde, zoals het door Allah de Alwetende is vastgesteld. Al-Adjal komt niet eerder of later dan die bepaalde tijd. Wat de schijnbare doodsoorzaak ook mag zijn, alle mensen overlijden op het moment dat zij hun 'Adjal' hebben bereikt.

GELOOF AAN AL-QADER (DE BESTEMMING) EN AL-QADA (DE BESCHIKKING)
De zesde voorwaarde van het geloof (Al-ïmaan) is te geloven aan de Goddelijke bestemming (Al-Qader) en beschikking (Al-Qada). Om deze geloofsartikelen goed te kunnen begrijpen moet eerst de aard van de persoonlijke vrije wil (Al-lrada(h) al-Djoez'iyya(h)) van de mensheid worden verklaard.

AL-IRADA(H) AL-DJOEZ'IYYA(H) (de wil om zelf te kiezen)
Al-irada(h) al-djoez'iyya(h) is de beperkte vrije wil, de wil om zelf te kiezen, die door Allah de Grootste aan de mensen is verleend tot de verwezenlijking van datgene wat men wenst.

Evenwel, deze beperkte wilskracht is van heel grote betekenis. Want als men de vrije wil gebruikt voor het nastreven van een goede daad, dan schept Allah die goede handeling. Gebruikt men daarentegen de wilskracht voor een slechte daad, dan doet Allah dat kwaad ontstaan. Bijgevolg verwerft men of hemel of hel met de eigen keuze van de vrije wil.

Voorzeker, de Schepper is alleen Allah de Grootste; als Allah iets niet wenst en dus niet schept, dan gebeurt het niet en het ontstaat niet. Een mens is degene die slechts wenst en werkt, iets met zijn wil nastreeft, terwijl Allah degene is die schept. Al-lrada(h) al-Djoez'iyya(h), de aan mensen toegekende wilskracht, kunnen we vergelijken met het besturen van een automobiel. Men gaat in de richting waarin men het stuurwiel draait.

Het betekent, dat iemand die in de richting van het kwade heeft gestuurd, door de Goede Verordeningen van Allah niet op te volgen, zijn verantwoordelijkheid voor z'n zondige daden niet kan ontkomen door te zeggen:" Wat kon ik doen als Allah het zo heeft gewild en bewerkt, (geweten en toegelaten)? Ja, Allah had het zo gewild, omdat de wil van die persoon zich in deze richting had bewogen. Maar Hij had het ook voor Zijn dienaar gewenst dat hij zijn vrije wil en inspanning zou gebruiken in gehoorzaamheid. Bovendien, als de mens zo'n vrije wil (dat is een voorkeurs-wil) niet had gekregen, dan zou Allah de Grootste aan Zijn dienaren ook niet de mogelijkheid en gelegenheid hoeven te geven zich te kunnen verantwoorden in een laatste ondervraging: want zonder hun vrije wil (eigen keuze) zou Hij Zijn dienaren dan hebben gedwongen het Goede of het slechte te doen. In werkelijkheid is Allah de Barmhartige ver ervan verwijderd Zijn dienaren tot zonde te dwingen en hen er vervolgens voor te bestraffen.

Er zijn mensen die het volgende beweren: "De zielen van sommigen hebben zich in het voorbestaan (ten tijde van de schepping der zielen) voor Allah de Grootste nedergeworpen, anderen echter niet. Diegenen wier zielen zich toen niet hadden nedergeworpen sterven als ongelovigen (kafir's)". Dit kan geenszins waar zijn. Deze ongegronde bewering zou feitelijk het fundament van het geloof van een mens kunnen doen wankelen. In het voorbestaan was er geen gelegenheid tot verzet. Dat was een tijd dat iedere ziel zich gewillig voor Zijn Schepper neerwierp; toen Allah de Heer het geloof van de zielen testte met de vraag "A lastoe bi Rabbikoem?" (Ben ik jullie Heer niet ?), gaven allen zonder uitzondering de gelofte van trouw met hun antwoord: "Bala !" (Ja, o Heer!"), dat wil zeggen: U bent onze Heer!".
Voorts vergissen sommige andere denkers zich, als zij zeggen. "Wat je ook wil doen, Allah geeft rechtsgeleiding (al-Hidaya(h)) aan wie Hij wil en leidt in dwaling (ad-Dalala(h)) wie Hij wil". Ook deze bewering is grondig verkeerd en onverantwoord. Het betreffende Qor'anvers wordt door velen verkeerd vertolkt en uitgelegd.
Mijn leraar en meester (al-Ustadz), Süleyman Hilmi Tunahan (Moge Allah ingenomen zijn met hem) heeft het betreffende vers als volgt geïnterpreteerd en verklaard; "Allah de Hoogste schenkt goddelijke leiding (Hidaya(h)) aan hen die daarom vragen en Hij laat op een dwaalweg (Dalala(h)) gaan zij die dat zo wensen". Süleyman Hilmi Tunahan (Moge Allah ingenomen zijn met hem) heeft ook gezegd: "In het voorbestaan was er geen goddelijke verordening voorgeschreven dat Ahmed bestemd is voor het paradijs en Mehmed voor de hel. In werkelijkheid was de bekleding (dat is het gewaad van het geloof, het kleed voor gehoorzaamheid, het gewaad des Lichts, enz.) pasklaar gemaakt in het voorbestaan; er was verklaard dat wie deze gewaden van vroomheid aandoet beloond wordt met het paradijs (al-Djanna(h)), terwijl zij die de voorkeur geven aan de bekleding met goddeloosheid (dat is het kleed van ongeloof, ongehoorzaamheid, duisternis, enz.) worden vergolden met de hel (al-Djahannam). Dus door het gebruik van zijn vrije wil is de mens volkomen vrij om te kiezen met welk gewaad hij wenst te worden bekleed. Derhalve gaat een mens naar dat oord wat hij zelf kiest, het zij hemel of hel, door het aandoen van het desbetreffende gewaad, zoals het zinnebeeldig is aangeduid". Omdat de mens zelf verantwoordelijk is voor al zijn daden, is het noodzakelijk ons niet opstandig te gedragen tegen de goddelijke verordeningen van Allah, maar is het onze taak er gehoorzaam aan te zijn en instemming en dankbaarheid te betonen met Zijn bestemming en beschikking.

Ook is het een belangrijke verantwoordelijkheid voor ons om aanhoudend tot Allah de Grootste te bidden om ons tegen alle soorten geestelijk en lichamelijk onheil te beschermen en dat we, in dankbaarheid aan Hem, mogen leven in Vrede, Gezondheid en Geluk. Mohammed de laatste Profeet (s.a.s.) zei in een hadies (overlevering): "Het geven van aalmoezen (as-Sadaqa(h)) verdrijft onheil en verlengt de levensduur".

AL-QADER (Bestemming)
Al-Qader is de goddelijke bekendmaking dat, van eeuwigheid tot eeuwigheid, alle daden en gebeurtenissen, hetzij goed of slecht, zijn voorbestemd als een gevolg van Allah's Alwetendheid.

AL-QADA (beschikking)

Al-Qada is het plaatshebben van alle gebeurtenissen precies op de tijd die Allah de Schepper ervoor heeft beschikt overeenkomstig Zijn Voorzienigheid en Alwetendheid.

AR-RIZQ (Levensonderhoud)

Ar-Rizq zijn die levensbehoeften die Allah de Onderhouder aan de ganse schepping verschaft zodat zij in staat zijn zichzelf te onderhouden. Toch kiest men door de eigen vrije wil zelf hoe men zijn levensonderhoud verkrijgt, hetzij door geoorloofde (al-halal) middelen of door verboden (al-haram) middelen. Dus, de manier op welke Allah de Grootste voorziet in wat we nodig hebben is in overeenstemming met onze eigen keuze. Als men de vrije wil misbruikt en kiest om z'n onderhoud (ar-Rizq) op een verboden manier te verwerven, dan is men daar dus zelf verantwoordelijk voor.
Het is noodzakelijk voor ons om niet te veel gehecht te zijn en te denken aan de voorzieningen zelf, maar veeleer aan de Schenker ervan. De Ene die alle levende wezens onderhoudt is Allah, de Onderhouder van de gehele schepping. Het gaat er dus om dat we in Hem geloven en ons geheel aan Hem toevertrouwen, want Zijn schatkamer is rijk gevuld en onbeperkt. Wie zich in oprecht geloof en onderwerping aan Hem bindt zal geen gebrek lijden. Wie echter Allah de Onderhouder vergeet en de gedachten alleen op het onderhoud zelf concentreert, die zal steeds weer tegenspoed ervaren en komt niet uit de moeilijkheden.

 AT-TAWAKKOEL (Vertrouwen op Allah)
At-tawakkoel is met vol vertrouwen wachten op Allah voor het gewenste resultaat na onze geestelijke en materiële inspanning om een door ons voorgenomen doel te bereiken. In het geval dat men, na alle vereiste mogelijkheden aangewend te hebben, het beoogde doel toch niet bereikt, moet men zich daarover niet beklagen. Het is beter om er dan in te berusten, zeggende: "Misschien is het zo het beste". Want Allah de Grootste verklaart in de Heilige Qor'an: "Het is mogelijk dat je een afkeer hebt van iets dat goed voor je is, en dat je houdt van iets dat slecht voor je is. Maar Allah is Wetende, en jullie weten niets" ( 2,216 ).

GEDICHT:

We worden nooit bestemd tot droevig lot alleen Er mag ook schoonheid zijn in ons bestaan. Allah de Schepper vormt naar recht en billijkheid Sluit nooit de poorten tot gena' en zaligheid.

Ik bid Allah nooit om het aardse goed alleen Behoede Hij voor zulk gedenken van Zijn naam. Nimmer schiep de Heer een wezen zonder onderhoud Aanbidding geldt Hem Zelf, tot mijn behoud.
Ibrahïm Hakki uit Erzurum