Home Profeten Het verhaal van de profeet Shoe'aib (Şuayb)

Het verhaal van de profeet Shoe'aib (Şuayb)

Zijn uitnodiging

De mensen van Madyan waren Arabieren die in de stad Madiyan woonden, gelegen in het oude Syrië, in het noorden van Hidjaz, in de buurt van de steden van het volk van Loeth. Hun verhaal speelde zich een korte tijd na dat van het Volk van Loeth af. Zoals het door Ibn Kathir verhaald wordt.

De mensen van Madyan waren atheïsten en de meest verachtelij­ke struikrovers. Zij maakten alle mensen bang die door hun stad kwamen en ze bedreigden hen bovendien. Zij aanbaden hout en ver­loochenden de aanbidding van Allah. In hun handelsrelaties waren ze oneerlijk in het wegen en meten van goederen, zij overtraden de rechten van de anderen en gaven nooit waar de mensen recht op had­den. Allah zond een man van dezelfde stam naar hen toe. Hij was de profeet Shoe'aib, die hen uitnodigde Allah te aanbidden en hun zon­dige leven op te geven. Sommige van hen geloofden in hem, maar het merendeel van de Madyanstam wees zijn boodschap af, totdat ze op een zware manier gestraft werden.

De verloochening door zijn volk

Allah zei:

"En tot (het volk van) Madyan (stuurden Wij) hun broeder Shoe 'aib. Hij zei: 'O, mijn volk! Aanbid Allah, jullie hebben geen andere god dan Hem. Voorwaar er is tot jullie een duidelijk teken van jullie Heer gekomen; geeft dus de volle maat en het volle ge­wicht en benadeelt de mensen niet met hun zaken en sticht geen onheil op aarde nadat het geordend is, dat is beter voor jullie als jullie gelovigen zijn." (Qs Al Ar'af 7:85)

Ibn Kathir zei, dat Allah het verhaal van Shoe'aib vertelde toen hij zijn volk uitnodigde alleen Allah te aanbidden en de verboden van Allah na te komen, vooral nadat een duidelijk bewijs gegeven werd om zijn uitnodiging te ondersteunen. Dit bewijs lag in de vele wonderen die Shoe'aib aan zijn volk vertoonde om hen tot de waar­heid te voeren. Deze wonderen werden niet in detail weergegeven. Shoe'aib zei tegen zijn volk: "En zit niet op iedere weg, terwijl jullie degenen die in Hem geloven bedreigen en op het pad van Allah hin­deren en het krom proberen te maken." (Qs Al Ar'af 7:86) De men­sen van Djehro bedreigden de voorbijgangers altijd en namen hun geld af. Zij waren het eerste volk dat tol hief voor mensen die door hun steden wilden reizen. Bovendien bedreigden en vervolgden zij mensen die in Allah en Zijn boodschapper geloofden. Shoe'aib her­innerde hen aan de genade en de gunsten die hun Heer hen gegeven had, zeggende: "En overdenk hoe Hij jullie, toen jullie met weinig waren, heeft vermenigvuldigd. En zie wat het einde van de verderf-zaaiers was." (Qs Al Ar'af 7:86) In eenzelfde vers zei Allah: "...En vermindert niet de maat en het gewicht. Ik zie u in voorspoed, maar Ik vrees voor u de bestraffing van een alomvattende dag."  (Qs Hoed 11:84)

De profeet Shoe'aib waarschuwde zijn volk het beroven van mensen op te geven en hen niet onrechtvaardig te behandelen. Als ze door zouden gaan met een dergelijk leven, zou Allah hen onthouden van de zegeningen die zij genoten en zouden ze arm worden, boven­dien zouden ze blootgesteld worden aan de straf in het hiernamaals en dat is veel erger. Zo waarschuwde de profeet hen voor de bestraf­fing van Allah in dit leven of in het hiernamaals. Toen zei hij tegen hen:

"En o mijn volk! Geeft het volle gewicht en de volle maat in recht­vaardigheid en vermindert niet de zaken waar de mensen recht op hebben en zaait geen verderf in het land, corruptie veroorzakend. Dat wat voor jullie bij Allah is achtergelaten is beter voor jullie, als jullie gelovigen zijn. En ik ben niet over jullie als hoeder inge­steld. " (Qs Hoed 11:85-86)

Moslimgeleerden legden de zin "Dat wat voor jullie bij Allah is achtergelaten" uit als een verwijzing naar het levensonderhoud dat Allah hen schonk, hetgeen beter was dan het geld van anderen te nemen en Hij zei in een ander vers: "Zeg: 'Niet gelijk zijn het kwade en het goede zelfs als de overvloed van het slechte jullie genoegen doet."'...(Qs Al Ma'ida 5:100) Eerlijk verdiend geld, zelfs als het niet veel is, is altijd beter dan oneerlijk verdiend geld, hetgeen niet geze­gend is zoals Allah Zei: "Allah zal de rente verwoesten en zal daden van liefdadigheid doen toenemen..." (Qs Al Baqarah 2:276) Daarom zei de profeet Mohammed (a.s) : "Woekergeld zal verminderen zelfs als het heel veel is." De heilige Qoer'aan waarschuwde ook tegen het oneerlijk geld verdienen, omdat er geen zegening in is. Het volgende vers: "En ik ben niet over jullie als hoeder ingesteld" betekent dat Shoe'aib zijn volk beval zo te doen terwille van Allah niet terwille van hem of anderen.

Desalniettemin zeiden de mensen van Madyan:

"O Shoe'aib! Beveelt jouw gebed zo, dat je ons beveelt de aan­bidding die onze voorvaderen plachten te verrichten na te laten, of dat wij stoppen met onze weelde te doen wat wij willen? Waarlijk, jij bent vasthoudend, rechtgeleid." (Qs Hoed 11:87)

Deze uitdrukking drukt hun bespotting tegenover hun profeet uit, hoewel hun profeet zeer tolerant tegenover hen was en de meest toe­gevende taal gebruikte als hij met hen sprak:

Hij zei: "O mijn volk! Vertel mij, als ik met een duidelijk bewijs van mijn Heer kom en Hij heeft mij een goed onderhoud van Hem gegeven. Ik wens niet, in tegenstelling tot jullie, te doen wat ik jul­lie verboden heb. Ik wens slechts te herzien waar ik met mijn beste krachten toe in staat ben. En mijn leiding kan niet anders komen dan van Allah, in Hem leg ik mijn vertrouwen en aan Hem betuig ik mijn spijt." (Qs Hoed 11:88)

Als Allah mij van een duidelijk teken had voorzien, dat aangeeft, dat ik de waarheid spreek en Hij mij als Zijn boodschapper uitgeko­zen heeft terwijl jullie het niet inzien, wat kan ik dan doen? De zin van Shoe'aib: "Ik wens niet, in tegenstelling tot jullie, te doen wat ik jullie verboden heb." Betekent, dat, wanneer hij iets beval voor zijn volk hij de eerste was die het deed en wanneer hij hen waarschuwde iets niet te doen, was hij de eerste die het achterwege liet. Hij prakti­seerde wat hij preekte, niet zoals later de geleerden van de Kinderen van Israël die door Allah in Zijn boek beschuldigd worden, zeggen­de:

"Jullie gebieden vroomheid en rechtvaardigheid en dat alle daden voor de gehoorzaamheid van Allah zijn van de mensen, maar jullie vergeten het zelf, terwijl jullie de Geschriften reciteren. Hebben jullie dan geen verstand? " (Qs Al Baqarah 2:44)

De profeet Mohammed (a.s) waarschuwde zijn volk tegen het niet praktiseren van hetgeen iemand predikt. Degene die dit doet, zal op de Dag der Opstanding een harde straf ondergaan. Dit is de karakter­eigenschap van de ongelovigen die hun profeten niet gehoorzamen. De rechtschapen geleerden praktiseren echter altijd wat ze zeggen.

De profeet Shoe'aib zei tegen hen: "lk wens slechts te herzien waar ik met mijn beste krachten toe in staat ben. En mijn leiding kan niet anders komen dan van Allah, in Hem leg ik mijn vertrouwen en aan Hem betuig ik mijn spijt." (Qs Hoed 11:88) dit betekent dat Shoe'aib alleen maar hervormingen wilde en dat hij zijn best deed dit doel te bereiken. Hij stelde zijn vertrouwen op Allah, zodat Hij hem zou leiden. Daarna nam Shoe'aib zijn toevlucht tot het waarschuwen van zijn volk door te zeggen:

"O mijn volk! Laat mijn wangedrag niet zorgen dat jullie hetzelfde lot zullen ondergaan als dat van het volk van Noah of Hoed ofSa-lih en het volk van Loeth is niet ver van jullie verwijderd! " (Qs Hoed 11:89)

De zin van Shoe'aib "en het volk van Loeth is niet ver van jullie verwijderd!" betekent dat het volk van Loeth wat betreft tijd en plaats niet ver van zijn volk verwijderd was. Het kan gezegd worden, dat het volk van Shoe'aib hetzelfde was als het volk van Loeth wat het bedrijven van ernstige zonden betreft zoals struikroverij, en het afnemen van andermans geld in het geheim of openbaar. De drie betekenissen zijn mogelijk omdat ze dichtbij hen waren in tijd, plaats en gedrag.

Shoe'aib zei toen:

"En vraag vergiffenis aan jullie Heer en keer je tot Hem in be­rouw. Waarlijk, mijn Heer is Genadevol, Liefhebbend." (Qs Hoed 11:90)

Na zijn volk gewaarschuwd te hebben voor de toorn van Allah, geeft Shoe'aib hier zijn volk de goede raad dat ze hun zonden ach­terwege moeten laten en berouw tonen, want Allah is werkelijk "Ge­nadevol, Liefhebbend". Degene die zich berouwvol tot Allah keert, diens berouw zal door Allah aanvaard worden en Hij zal medelijden met hem hebben, want Allah is de Meest Barmhartige.

Toen zei het volk van Shoe'aib:

"O Shoe'aib! Wij begrijpen niet veel van wat jij zegt en wij zien je als een zwakke onder ons. Als het niet voor je familie geweest was, hadden wij je zeker gestenigd en jij bent niet machtig tegen ons." (Qs Hoed 11:91)

Dit is een tartende uitdrukking aan hun boodschapper net zoals de polytheisten van de stam Qoeraish de profeet Mohammed $f tartten: En zij zeggen: "Onze harten zijn bedolven voor datgene waarvoor jij ons uitnodigt, in onze oren is doofheid en tussen ons en jou is een scherm, werk dus (op jouw manier); waarlijk wij werken (op onze manier). (Qs Foesshilaat 41:5)

Het volk van Shoe'aib verloochende hun profeet en beweerde, dat hij onderdrukt was en alleen zonder gezelschap achtergelaten werd. Zij beweerden hetzelfde voor de familie van Shoe'aib, zij zouden hem zelfs willen doden. Allah zei:

"Hij zei: 'O mijn volk! Is mijn familie dan belangrijker voor jullie dan Allah? En als jullie Hem achter jullie ruggen hebben verstopt. Waarlijk, mijn Heer omringt alles wat jullie doen. (Qs Hoed 11:92)

Shoe'aib beschuldigde hen ervan, dat ze zijn familie in overwe­ging namen, terwijl ze toch de leringen van Allah volledig ontken­den. Shoe'aib waarschuwde hen en zei, dat Allah dit alles wist en dat Hij hen zou bestraffen voor hun verwerping van het geloof en voor al de slechte daden die ze begaan hadden. Toen dreigde hij hen en zei: "O mijn volk! Handel volgens jullie mogelijkheden en op jullie manier, en ik handel. Jullie zullen erachter komen wie het is waarop de bestraffing zal neerdalen en hem met schandelijkheid zal bedekken, en wie een leugenaar is! Pas op! Waarlijk, ik pas ook met jullie op!"

(Qs Hoed 11:93) Deze uitspraak is hetzelfde als de woorden van Shoe'aib:

"En er is een gedeelte van jullie die geloven in wat mij gezonden is en een gedeelte gelooft niet, wees dus geduldig tot Allah tussen jullie oordeelt en Hij is de beste beoordeler." (Qs Al Ar'af 7:87)

De kwelling overvalt de ongelovigen

Allah zei:

"De leiders, degenen die arrogant onder zijn volk waren, zeiden: 'Wij zullen je zeker uit onze stad, verdrijven o, Shoe'aib, en ook degenen die in jou geloofden, tenzij jullie tot onze godsdienst te­rugkeren. " Hij zei: 'Ook al haten wij het!'' (Qs Al Ar'af 7:88)

Ibn Kathir zei, dat ze nog één keer aan de mensen die in Shoe'aib's missie geloofden, vroegen om hun religie op te geven en terug te keren naar het geloof van hun volk en het geloof van Shoe'aib te verlaten. Shoe'aib argumenteerde met hen en zei dat zijn volgelingen het geloof niet vrijwillig zouden opgeven, maar dat ze onder dwang zouden staan, omdat een echte gelovige nooit zijn ge­loof opgeeft nadat hij de zoetheid van het geloof een keer geproefd had. Daarom zei Shoe'aib tegen zijn volk, dat Allah Zijn aanbidders nooit in de steek zou laten. Daarna smeekte Shoe'aib Allah hem te laten overwinnen over zijn volk. "Onze Heer! Oordeel tussen ons en onze mensen in waarheid, want U bent de beste die een oordeel kan geven." (Qs Al Ar'af 7:89)

Allah zou nooit het smeekgebed van Zijn boodschapper hebben afgewezen als het om de ongelovigen ging die het geloof afgewezen hadden. Zelfs nadat het volk van Shoe'aib hun leven als atheïsten vervolgde en de missie van hun profeet verwierp, zei Allah:

"De leiders van de ongelovigen onder de mensen zeiden: 'Als jul­lie Shoe'aib volgen, wees er dan zeker van dat jullie verliezers zijn!" (Qs Al Ar'af 7:90)

Als een straf voor hen, zei Allah:

"Dus greep een aardbeving hen en zij lagen dood neergeknield in hun huizen." (Qs Al Ar'af 7:91)

Allah deelt mede, dat het volk van Shoe'aib door een aardbeving verpletterd werd, die de mensen en de dieren in hun stad dood ach­terliet. Allah strafte hen op verschillende manieren die in overeen­stemming waren met de slechte daden die ze begingen. Allah strafte hen met de aardbeving, de overweldigende rukwind en de overscha­duwende duisternis.

In drie Soerahs vermeldde Allah verschillende soorten bestraf­fing, ieder passend bij de zonden die het volk van Shoe'aib bedreven had. In de Soerah Al-Araf (7) bedreigden zij de boodschapper van Allah en zijn volgelingen en dit was passend voor de straf van een aardbeving die hen verpletterde. In Soerah Hoed (11) vermeldde Allah, dat zij gestraft werden door een hevige rukwind als een straf voor bespotterij van hun boodschapper en het verachten van zijn leringen. Zij bespotten hem zeggende:

"O Shoe 'aib! Beveelt jouw gebed zo, dat je ons beveelt de aanbid­ding die onze voorvaderen plachten te verrichten na te laten, of dat wij stoppen met onze weelde te doen wat wij willen? Waarlijk, jij bent vasthoudend, rechtgeleid." (Qs Hoed 11:87)

Het was passend dat hun straf een machtige rukwind was, omdat ze hun profeet bespotten. In Soerah As-Shoe'araa, wordt vermeld, dat ze overstelpt werden door een overschaduwende duisternis, waar ze zelf om vroegen. Allah vertelt over dit verzoek in het volgende vers:

Maar zij verloochenden hem, dus de bestraffing van de dag van de schaduw greep hen, voorwaar, dat was de bestraffing van een Grote Dag. (Qs As Sjoe'ara 28:189)

Er wordt verteld, dat ze blootgesteld werden aan heet verzengend weer. Gedurende zeven dagen lang blies er nog niet eens een zachte wind. Ze gebruikten water om de hitte minder te voelen, maar het hielp niet. Zij verbleven in schaduwrijke plaatsen en in grotten, maar ook dit hielp niet. Zij vluchtten naar de woestijn, waar een wolk hen overschaduwde. Zij allen verzamelden zich eronder en daarop liet Allah vlammen van vuur uit de wolk op hen neerkomen. Tegelijker­tijd trilde de aarde onder hen en een hevige aardbeving vond plaats. Daama stuurde Allah een sterke rukwind waardoor ze allen stierven. Allah zei:

"Degenen die Shoe'aib negeerden, werden alsof zij daar nooit gewoond hadden. Degenen die Shoe'aib negeerden, werden de verliezers." (Qs Al Ar'af 7:92)

De verlossing van de gelovigen

Allah zei:

"En toen Ons Bevel kwam, hebben Wij Shoe 'aib gered en degenen die met hem geloofden door een genade van Ons. En de rukwind greep de zondaren en zij lagen dood, geknield in hun huizen. Alsof zij daar nooit geleefd hadden! Weg dus met de Madyan. Zoals ook de Thamoed verdwenen zijn! " (Qs Hoed 11:94-95)

Hij zei ook:

"De leiders van de ongelovigen onder de mensen zeiden: 'Als jul­lie Shoe'aib volgen, wees er dan zeker van dat jullie verliezers zijn!' Dus greep een aardbeving hen en zij lagen dood neerge­knield in hun huizen. Degenen die Shoe'aib negeerden, werden alsof zij daar nooit gewoond hadden. Degenen die Shoe 'aib ne­geerden, werden de verliezers." (Qs Al A'raf7:90-92)

Dit was het beste antwoord op hun uitspraak:

"Als jullie Shoe 'aib volgen, wees er dan zeker van dat jullie ver­liezers zijn!" (QsAlA'raf7:90)

Allah vermeldde dat de profeet Shoe 'aib toen zei: "O, mijn volk! Ik heb zeker de boodschap van mijn Heer aan jullie verkondigd en ik heb jullie goede raad gegeven. Hoe kan ik dan bedroefd zijn over de ongelovigen." (Qs AlAr'af7:93)

Shoe'aib verliet de stad, nadat de bevolking aan de hevige straf blootgesteld was en hij zei: "Ik heb mijn best gedaan en heb mijn plicht zo goed mogelijk vervuld. Ik heb me veel moeite getroost jul­lie naar het juiste pad te leiden, maar Allah leidt wie Hij maar wil. Ik treur niet om deze straf, want jullie hebben haar verdiend. Jullie heb­ben mijn raad niet aangenomen en jullie vreesden de Dag der Op­standing niet, hoe kan ik bedroefd zijn voor mensen die het advies van hun boodschapper niet opvolgden?"