Home Profeten Het verhaal van de profeet Ismael

Het verhaal van de profeet Ismael

De belangrijkste punten van zijn biografie

Zoals reeds eerder vermeld werd, had Ibrahim vele zonen, maar de bekendste van hen zijn de twee grote boodschappers Ismaël en Isaac. Ismaël was de oudere en degene die door Ibrahim geofferd zou worden. Zijn moeder was de Egyptische Hadjar. Er wordt beweerd door enkele joodse geleerden, nadat ze de geopenbaarde boeken ver­anderd hadden en ze aan hun doeleinden aangepast hadden, dat de­gene die geofferd zou worden, niet Ismael, maar Isaac was. Ibrahim werd opgedragen zijn oudere zoon Ismaël te offeren. Dit kan het beste geïllustreerd worden door de bewijzen uit hun eigen boeken. Daar wordt vermeld dat Ismaël geboren werd toen Ibrahim zesent­achtig jaar oud was, maar Isaac werd geboren toen Ibrahim honderd jaar oud was. Zo was Ismaël ongetwijfeld de oudere zoon van Ibra­him. Dienovereenkomstig had Ibrahim dertien jaar lang geen kinde­ren behalve Ismaël. Bovendien had Ibrahim Ismaël met zijn moeder Hadjar meegenomen, toen hij nog een baby was, en ver weg naar de valleien van de Faranbergen dichtbij Mekka gebracht en hen daar hulpeloos, met niets anders dan een beetje water en voedsel achterge­laten, uit gehoorzaamheid aan de bevelen van Allah en vertrouwende

op de belofte van Hem. Allah beschermde hen en voorzag hen van grote zegeningen en onderhoud.

Allah loofde Ismaël op meer dan één plaats in de heilige Qoer'aan zeggende:

"En noem in het Boek Ismaël. Waarlijk! Hij was waarachtig aan wat hij beloofd had, en hij was een boodschapper (en) een profeet. Hij legde aan zijn familie en zijn volk de sSalaat op en de zakat en zijn Heer was blij met hem." (Qs Maryam 19:54-55)

Allah zei ook:

"Dus gaven Wij hem het goede nieuws van een verdraagzame jongen. En toen hij oud genoeg was om samen met hem te lopen, zei hij: 'O mijn zoon! Ik heb een droom gezien, dat ik jou slacht, wat denk jij daarvan!' Hij zei: 'O mijn vader! Doe wat jou bevo­len is, als Allah het wil, zul jij mij onder de geduldigen vinden.'' (QsAs Shaffat 37:101-102)